Rb. Noord-Nederland 22 januari 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:203

De eerste vraag die in deze zaak rijst is of de maatregel, gelet op artikel 38e lid 1 kan worden verlengd nu de maatregel vier jaar heeft geduurd. Onder verwijzing naar het overwogene in (onder meer) de uitspraak van het gerechtshof Arnhem van 5 november 2012 (ECLI:NL:GHARN:2012:BY2256) is de rechtbank van oordeel dat de in artikel 38e Sr bedoelde maximering van de terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging ziet op de periode van dwangverpleging en niet op de duur van de terbeschikkingstelling zelf. Nu in onderhavige zaak de dwangverpleging op 6 februari 2018 voorwaardelijk is beëindigd en derhalve nog geen vier jaren heeft geduurd, is er naar het oordeel van de rechtbank ruimte voor verlenging in het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaardelijk beëindigde dwangverpleging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken