Rb. Noord-Nederland 21 februari 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1096

Eiser woont in een zorgboerderij, door de rechtbank geduid als verblijf in een inrichting. Eisers verzoek om bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en kosten voor het pgb-beheer is door de gemeente afgewezen, omdat zijn draagkracht ver boven de voor hem geldende bijstandsnorm van € 420,19 ligt. Eiser stelt dat hij het hem toegekende WLZ-pgb niet kan gebruiken voor woonkosten. De huur moet eiser bekostigen uit zijn Wajonguitkering, waardoor hij geen draagkracht heeft om de kosten waarvoor hij bijzondere bijstand vroeg, te betalen. De rechtbank wijst er op dat de omstandigheden rond de toekenning van een pgb inzake verzorging in een inrichting ten tijde van de totstandkoming van artikel 23 van de Participatiewet en de begripsdefinities in artikel 1 van de Participatiewet andere zijn dan heden ten dage het geval is. Immers tegenwoordig is het mogelijk dat iemand die in een zorgboerderij woont, volledig wordt geindiceerd voor zorg exclusief de component wonen. Nu eiser onbetwist zelf de huur moet betalen uit de Wajonguitkering en verweerder niet heeft onderbouwd dat eiser elders op een goedkopere wijze dezelfde benodigde zorg kan ontvangen, verklaart de rechtbank het beroep gegrond. Bij de berekening van eisers feitelijke draagkracht dient verweerder de woonkosten mee te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen