Rb. Noord-Nederland 13 maart 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:864
In geschil is of de waardedaling van landbouwgronden als gevolg van het aangaan van de kwalitatieve verplichting – waardoor deze gronden niet langer de functie van landbouwgronden, maar van natuurgronden zullen vervullen – ten laste van de winst gebracht kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank staat goedkoopmansgebruik in beginsel toe dat afgewaardeerd wordt. het standpunt van verweerder – dat de waardedaling en de SKNL-subsidie voor wat betreft de fiscale winstberekening met elkaar verrekend moeten worden – vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl