Hof Arnhem-Leeuwarden 12 maart 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:2186

Belanghebbende, die in maatschapsverband een melkveehouderij drijft, bepleit ten laste van de winst afwaardering van de landbouwgronden naar lagere bedrijfswaarde in verband met het vestigen van een kwalitatieve verplichting (omzetting van landbouwgrond in natuurterrein). Belanghebbende heeft een subsidie functieverandering ontvangen en claimt hiervoor in zijn aangifte IB/PVV een objectieve vrijstelling. Het Hof oordeelt dat de subsidie functieverandering, geregeld in de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap, wordt verstrekt ter compensatie van de waardedaling van (landbouw)grond door het blijvend omzetten van landbouwgrond in natuurterrein. Dit betekent dat de door belanghebbende ontvangen subsidie dient te worden aangemerkt als een vergoeding voor de waardedaling van de gronden en onlosmakelijk is verbonden met de gronden, zodat bij de berekening van de winst rekening dient te worden gehouden met deze subsidie; enerzijds kan de waardevermindering van de gronden worden afgeboekt op de boekwaarde van de gronden, maar anderzijds dient de daar tegenover staande vergoeding (de subsidie) gelijktijdig te worden beschouwd als een realisatie van dezelfde boekwaarde. Het Hof corrigeert daarbij onzakelijk handelen van belanghebbende. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken