Rb. Noord-Nederland 30 juli 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:3422

Met het Landelijk arbeidsvoorwaardenbeleid politietop en het Besluit van 20 december 2012 is een wijziging aangebracht in de bezoldiging van de politietop, in die zin dat politiefunctionarissen vanaf salarisschaal 15 in aanmerking komen voor een aan de desbetreffende schaal toegevoegde extra periodiek, zodat het vaste maandsalaris hoger wordt, maar tegelijkertijd dat bedoelde politiefunctionarissen niet meer in aanmerking komen voor de in bijlage 1 bij het Landelijk arbeidsvoorwaardenbeleid politietop vermelde toelagen. Eén van die toelagen is de toelage in artikel 18, eerste lid, van het Bbp, de consignatietoelage. Niet is in geschil dat eiser per 1 juli 2013 aanspraak kan maken op toekenning van periodiek 15 van salarisschaal 15. Verweerder heeft dit eiser meegedeeld in het bestreden besluit en zich daarbij op het standpunt gesteld dat dit slechts kan onder verrekening van de door eiser ontvangen piketvergoeding tijdens zijn detachering. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een essentieel onderscheid tussen de door eiser in het kader van zijn detachering ontvangen piketvergoeding en een toelage consignatie. In eisers geval is tijdens de detachering het dienstverband met de korpschef blijven bestaan en is de korpschef het bevoegd gezag gebleven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat aan de toekenning van periodiek 15 onlosmakelijk is verbonden het niet in aanmerking komen voor de toelage consignatie en dat dat in het geval van eiser, nu de vergoeding al uitbetaald was, betekent dat één en ander met elkaar verrekend moet worden. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken