Rb. Noord-Nederland 28 juni 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:2463

Eiser is in het bezit van een recreatiewoning op een vakantiepark. Deze woning is geëtiketteerd als ondernemingsvermogen voor de omzetbelasting. Aan eiser zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. In geschil is het antwoord op de vragen op welke wijze de kosten van het privégebruik moeten worden berekend (meer specifiek: hoe de toerekening van de periode van leegstand moet plaatsvinden) en voorts of het verlaagde BTW-tarief van toepassing is op het gebruik voor privédoeleinden van de woning. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiser het voornemen had om de woning zowel voor privédoeleinden als voor zakelijke doeleinden (verhuur) te gebruiken en dat de woning hem - tijdens de leegstand - ook zodanig ter beschikking stond dat hij haar op ieder ogenblik daadwerkelijk voor privédoeleinden kon gebruiken. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder op goede grond de uitgaven gedurende de periode van leegstand op een evenredige wijze in de maatstaf van heffing ter zake van het gebruik voor privédoeleinden heeft betrokken. De rechtbank oordeelt voorts dat verweerder terecht het algemene tarief heeft toegepast. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken