Rb. Noord-Nederland 30 januari 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:245

Zorgverzekering. Vergoeding niet-gecontracteerde zorg (GGZ). Feitelijke hinderpaal als vergoeding lager is dan 75-80% van gemiddeld gecontracteerde tarief. Niet alleen het vergoedingspercentage is van belang, maar ook het bedrag dat voor rekening van de verzekerde komt. Dat bedrag mag hoger zijn dan het verschil tussen de jaarpremie voor de goedkoopste naturaverzekering en de restitutieverzekering, maar maximaal het bedrag van het hoogste vrijwillig eigen risico ex art. 20 lid 2 Zvw. Van niet-gecontracteerde zorgaanbieders mag worden verlangd dat zij hun tarief beperken tot ten hoogste het gemiddeld gecontracteerde tarief. Bij deze uitleg van de wet geen oneerlijk beding of oneerlijke handelspraktijk. Discriminatoir inkoopbeleid zorgverzekeraar omdat inkoop is beperkt tot zorgaanbieders met wie in 2015 een overeenkomst is gesloten. Zorgverzekeraar biedt geen gelijkwaardige toegang voor gelijkwaardige aanbieders en handelt daarmee in strijd met door Zorgverzekeringswet beoogde marktwerking en concurrentie en met Bestuurlijk akkoord GGZ 2014-2017. Zorgverzekeraar moet Bestuurlijk akkoord tegen zich laten gelden. Onrechtmatig jegens zorgaanbieder

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken