Rb. Noord-Nederland 20 juni 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:2429
Executiegeschil. De vrouw heeft (loon)beslag laten leggen onder de man in verband met een achterstand in kinderalimentatie. De man vordert - onder meer - schorsing van de executie dan wel opheffing van het beslag. Volgens de man hebben partijen afgesproken dat de man niet langer om gezag zou vragen, terwijl de vrouw niet om betaling van kinderalimentatie zou vragen. De voorzieningenrechter beoordeelt een dergelijke afspraak – zou deze reeds bestaan - zonder meer nietig op grond van artikel 1:400 BW, ook als de afspraak tijdelijk was bedoeld. Bovendien is –zelfs als een dergelijke afspraak zou zijn toegelaten, hetgeen niet het geval is – niet gebleken dat partijen een dergelijke afspraak hebben gemaakt. Hoewel de beslagvrije voet onjuist is toegepast, heeft de man niet tevens om aanpassing verzocht. De voorzieningenrechter ziet derhalve geen aanleiding om hiertoe over te gaan. Volgt afwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl