Rb. Noord-Nederland 13 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2140

Verdachte heeft in de jaren 2006 tot en met 2009, als directeur van een bedrijf in de afvaloliebranche, feitelijk leiding gegeven aan het per tankauto en tankschip doorvoeren naar Duitsland van grote hoeveelheden afvalolie, zonder dat de autoriteiten daarover waren ingelicht en daarvoor toestemming hadden gegeven. Om dit mogelijk te maken zijn begeleidingsbrieven en EVOA-vervoersdocumenten voor grensoverschrijdende afvaloverbrengingen valselijk ingevuld. Op de documenten werd onder meer vermeld dat de afvalstoffen naar het bedrijf gingen voor verwerking, terwijl deze in werkelijkheid, veelal na een zogenaamde "papierwissel", rechtstreeks naar Duitsland werden vervoerd. Daarnaast heeft verdachte in de jaren 2010 en 2011 feitelijk leiding gegeven aan het invoeren van (olie)afvalstoffen uit België en Duitsland, zonder dat daarbij sprake was van de juiste EVOA-kennisgevingen en vervoersdocumenten of waarbij niet in overeenstemming met deze documenten werd gehandeld. Ook in dat kader zijn EVOA-documenten valselijk ingevuld. De verdediging heeft een groot aantal ontvankelijkheidsverweren gevoerd, welke door de rechtbank zijn verworpen. Ook het beroep op rechtsdwaling is door de rechtbank verworpen. Verdachte is voor de feiten veroordeeld tot een werkstraf van 240 uren, waarvan de helft voorwaardelijk, en een geldboete van € 100.000,00, waarvan eveneens de helft voorwaardelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken