HR 23 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI2277
Overschrijding redelijke termijn en ontvankelijkheid OM. De opvatting dat de enkele omstandigheid "dat het – t.g.v. een niet voortvarende afhandeling van het opsporingsonderzoek – zeer lange tijdsverloop na het beweerde strafbare feit een dusdanig verblekende werking heeft gehad op het herinneringsvermogen van verdachte en van getuigen dat niet meer kan worden gekomen tot een juiste vaststelling van de feiten" grond oplevert voor de niet-ontvankelijkheid van het OM in de vervolging, is onjuist.
De uitspraak op rechtspraak.nl