Rb. Noord-Nederland 4 november 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:6827

De voormalige werkgever stelt vordering in op grond van overtreding van het concurrentie beding, alsmede overtreding van het verbod op nevenwerkzaamheden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter komt voorshands tot de conclusie dat de werknemer niet meer aan deze bedingen is gebonden. Tijdens de verlengde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is aan de werknemer een schriftelijk aanbod gedaan voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever uit het feit dat de werknemer in verband met dit aanbod de bedingen aan de orde heeft gesteld, het feit dat de aangeboden overeenkomst niet is aanvaard of ondertekend in combinatie met het gegeven dat de werknemer het aanvaarden van het aanbod aan de werknemer heeft overgelaten, redelijkerwijs heeft kunnen concluderen, dat de werknemer het met deze bedingen niet eens was. De werkgever kon er onder deze omstandigheden niet van uit gaan dat werknemer de arbeidsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden zou willen voortzetten. In dit verband is nog gewezen op artikel 7:653 lid 1 BW en dat In de jurisprudentie is aanvaard dat aan het schriftelijkheidsvereiste ook is voldaan bij stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen