Rb. Noord-Nederland 23 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:365

De Drentse gemeenten hebben in het kader van een aanbestedingsprocedure de opdracht voor het verwerken van huishoudelijk afval, e.d. voorlopig gegund aan Attero. De voorzieningenrechter heeft drie bezwaren van SITA, die alle -uiteindelijk- betrekking hebben op de (te) lage prijs waarmee Attero heeft ingeschreven, gepasseerd. Niet kan worden gesproken van een inschrijving die in strijd is met het Nederlandse mededingingsrecht, nu niet, althans onvoldoende onderbouwd is gebleken van bevoordeling van Attero in de zin van artikel 25J lid 1 Mw. Ook kan niet gesproken worden van een onvergelijkbare inschrijving, daar niet, althans onvoldoende door SITA is onderbouwd, dat de nascheidingsvergoeding (na de overeenkomst) aan Attero zal worden doorbetaald. Tenslotte komt SITA geen beroep op artikel 2.116 lid 1 Aw toe. Genoemd artikel biedt alleen de aanbestedende dienst mogelijkheid tot vragen van nadere toelichting in geval sprake lijkt te zijn van abnormaal lage inschrijving.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken