Rb. Noord-Holland 20 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:594

De rechtbank komt ambtshalve toetsend in deze uitspraak tot het oordeel dat voor de ganzenbeheermaatregelen in het Naardermeer geen vergunningplicht bestaat. De rechtbank verwijst hiervoor naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2198. De vergunde activiteiten voor het beheer van ganzen in het Naardermeer zijn te kwalificeren als een beheermaatregel en mogen daarom zonder vergunning worden uitgevoerd. De rechtbank stelt vast dat deze activiteiten primair zijn gericht op het behalen van of bijdragen aan de instandhoudingsdoelstellingen van de aangewezen habitattypen en vogelsoorten en dat dit ook volgt uit het beheerplan. De omstandigheid dat de vergunde activiteiten van ganzenbeheer ook worden ingezet ter voorkoming van landbouwschade en voor de veiligheid op Schiphol, maakt niet dat deze activiteiten geen vergunningvrije beheermaatregelen zijn. De Afdeling heeft in voornoemde uitspraak immers geoordeeld dat maatregelen die verband houden met of nodig zijn voor het beheer tegelijk - secundair - ook een ander doel mogen dienen, zolang de maatregelen maar primair voor het beheer worden genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is dat hier het geval. Verweerder heeft dus ten onrechte de vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wnb verleend, zodat deze wordt vernietigd. Het beroep van eiseres is daardoor gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken