Rb. Noord-Holland 13 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3893

Hoogte WW-dagloon. Verzoek om herziening (4:6). Nabetaling buiten de referteperiode. Het UWV heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat voor wat betreft de […] (na)betaling aan eiseres niet is voldaan aan de voorwaarden van het tweede lid van artikel 4 van het Dagloonbesluit. Immers, als geconcludeerd moet worden dat eiseres met de brief van 13 april 2022 haar ex-werkgever op de hierboven bedoelde niet mis te verstane wijze heeft aangemaand vorderbaar loon aan haar uit te keren, dan is die aanmaning al tijdens de referteperiode gedaan en toen niet inbaar gebleken. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat het evident onredelijk is dat de feiten en omstandigheden die door eiseres zijn aangedragen geen reden zijn geweest voor het UWV om de hoogte van het dagloon te herzien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken