Rb. Noord-Holland 29 juli 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:8523

Verhuurderheffing 2020. Eiseres had het mede-eigendom van een groot aantal woningen. Tussen partijen is in geschil of aan de reparatiewet verhuurderheffing bij gedeeld genot huurwoningen van 8 juli 2020 in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel terugwerkende kracht is toegekend. De rechtbank komt tot het oordeel dat geen sprake is van een niet door de wetgever verdisconteerde bijzondere omstandigheid die tot gevolg heeft dat de toepassing van de wettelijke bepaling zozeer in strijd komt met het rechtszekerheidsbeginsel of enig ander algemeen rechtsbeginsel of ander ongeschreven recht, dat toepassing van de wet achterwege moet blijven. De rechtbank overweegt dat in de wetsgeschiedenis de terugwerkende kracht is toegelicht. Voor zover eiseres stelt dat de wetgever onvoldoende voortvarend heeft gehandeld om in het rechtstekort te voorzien en dat dit een bijzondere omstandigheid vormt overweegt de rechtbank dat de wetgever ruimte moet worden gegund om zorgvuldige wetgeving op te stellen en dat de wetgever een ruime bevoegdheid heeft om prioriteiten te stellen in zijn wetgevingsagenda. Naar het oordeel van de rechtbank was bovendien voor aanvang van het onderhavige belastingjaar en voor het doen van aangifte voorzienbaar dat de reparatiewetgeving met terugwerkende kracht werd ingevoerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken