Rb. Noord-Holland 15 januari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:2006
Artikel 11, derde lid, aanhef en letter b, Wet omzetbelasting; artikel 15, eerste lid, letter a, Wet op belastingen van rechtsverkeer; samenloopvrijstelling. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van in wezen nieuwbouw. Het object is weliswaar grondig verbouwd, maar dit is onvoldoende om te spreken van ingrijpende wijzigingen van de bouwkundige constructie die tot in wezen nieuwbouw hebben geleid. Verder is de rechtbank van oordeel dat de Btw-richtlijn er niet toe dwingt om een andere, minder vergaande, toets aan te leggen dan zoals neergelegd in de Nederlandse wet, namelijk dat de samenloopvrijstelling in de overdrachtsbelasting alleen van toepassing kan zijn indien sprake is van een nieuw vervaardigd goed (in wezen nieuwbouw).
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 11 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1609
- HR 4 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1577
- HR 29 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1779
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:290
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:291
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:294
- HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:295
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:869
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:181