Rb. Noord-Holland 26 juni 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:6378

Eiser drijft een onderneming in de vorm van een avondwinkel annex cafetaria. In geschil is of verweerder, naar aanleiding van een boekenonderzoek, terecht en tot de juiste bedragen de winst van de onderneming heeft gecorrigeerd voor de jaren 2015 tot en met 2018 en dus of de (navorderings)aanslagen IB/PVV en Zvw tot de juiste bedragen zijn vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. De winsten zijn door verweerder gebaseerd op een redelijke schatting. Omdat eiser de vereiste aangifte niet heeft gedaan zal zij moeten doen blijken dat de door verweerder gemaakte schattingen onredelijk zijn. Eiser heeft dit niet aannemelijk kunnen maken, laat staan doen blijken. Daarnaast heeft eiser een beroep op het vertrouwensbeginsel gedaan, omdat de suppletieaangiften voor de omzetbelasting zijn gevolgd en hij er dus op kon en mocht vertrouwen dat dat ook voor de IB/PVV en Zvw zou gebeuren. Ook dit standpunt van eiser slaagt niet, omdat het volgen van de suppletieaangiften voor de omzetbelasting een fout in het voordeel van eiser was, hem dit ook is medegedeeld, alsook is hem medegedeeld dat hij geen vertrouwen hieraan kan ontlenen. De vergrijp- en verzuimboeten zijn terecht opgelegd, maar deze worden wel door de rechtbank gematigd met 15%, omdat de redelijke termijn is overschreden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken