Rb. Noord-Holland 6 maart 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:1994
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing door verweerder van hun verzoek om de vergunningsvoorschriften in de aan Tata Steel verleende omgevingsvergunning(en) voor het oprichten en in werking hebben van een (milieubelastende) inrichting – met name de zogenaamde revisievergunning uit 2007 en het besluit tot herstel van die vergunning uit 2008 - te actualiseren op grond van artikel 2.31, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ten aanzien van de BBT-conclusie 32 uit de BREF IJzer en staal (Thermische energie en warmteterugwinning Sinterfabrieken) en de BBT-conclusie 36 uit BREF IJzer en Staal (Pelletfabriek) is de rechtbank van oordeel dat verweerder het actualisatieverzoek terecht heeft afgewezen omdat Tata Steel aan deze BBT-conclusies voldoet. Ten aanzien van BBT conclusie 78 uit BREF IJzer en Staal is niet in geschil dat die enkel betrekking heeft op stof en niet op SO₂-emissie. Eisers hebben niet gemotiveerd betwist dat Tata Steel niet voldoet aan BBT-conclusie 78. Het actualisatieverzoek is daarom ook op dit punt terecht afgewezen. Voor zover eisers hebben verzocht om een revisievergunningenprocedure op te starten overweegt de rechtbank dat verweerder voldoende heeft uiteengezet op welke wijze geprobeerd wordt de vergunningvoorschriften van Tata Steel overzichtelijker en toegankelijk te maken en dat verweerder een revisievergunningsprocedure voor die herschikking, juist vanwege de lange duur van de procedure, daarvoor minder geschikt acht. De rechtbank acht die motivering om geen gebruik te maken van de bevoegdheid uit artikel 2.6, eerste lid, Wabo toereikend. Het beroep is daarom ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl