Rb. Noord-Holland 28 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:1722

Eiseres heeft een studie gevolgd in Nederland. Verweerder heeft bij het opleggen van de aanslag Inkomstenbelasting/Premie Volksverzekeringen 2017 de scholingsuitgaven niet in aftrek toegelaten. In geschil is of eiseres recht heeft op aftrek van studiekosten. Primair voert eiseres aan dat zij op het moment van betaling van de studiekosten binnenlands belastingplichtig was in Nederland. Subsidiair voert eiseres aan dat de kosten kunnen worden toegerekend aan de binnenlandse periode. Meer subsidiair doet eiseres een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank is van oordeel dat eiseres het collegegeld heeft betaald voordat zij belastingplichtig was voor de inkomstenbelasting in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank volgt daaruit dat verweerder de aftrek van de scholingsuitgaven terecht heeft geweigerd. De rechtbank volgt eiseres niet in haar subsidiaire stelling dat het voor de aftrekbaarheid van de scholingsuitgaven niet van belang is dat het collegegeld is betaald voordat eiseres (binnenlands) belastingplichtig was, omdat de uitgaven toerekenbaar zijn aan het kalenderjaar waarin zij (binnenlands) belastingplichtig werd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken