Rb. Noord-Holland 30 november 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:12584

Eiseres heeft een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap en wordt tot haar emigratie uit Nederland aangemerkt als partieel buitenlandse belastingplichtige. In geschil is of de emigratie van eiseres leidt tot een fictieve vervreemding in de zin van artikel 4.16, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet IB 2001 van haar aanmerkelijk belang. De rechtbank is van oordeel dat – ook volgens de bedoeling van de wetgever – een partieel buitenlandse belastingplichtige voor de box 2-heffing (fictief) aangemerkt moet worden als een buitenlandse belastingplichtige. De toepassing van artikel 4.16, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet IB 2001 vanwege de emigratie uit Nederland is hiermee naar het oordeel van de rechtbank onverenigbaar. Verweerder heeft de conserverende aanslag ten onrechte opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken