Rb. Noord-Holland 11 mei 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:12451
Met de maximeringsbepaling in artikel 7:673e, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek heeft de wetgever willen voorkomen dat het deel van de transitievergoeding dat wordt opgebouwd na de periode van twee jaar voor compensatie in aanmerking zou komen. In deze bepaling, noch in de bepalingen die de wettelijke hoogte van de transitievergoeding regelen, is de mogelijkheid geopend om een fictieve berekening per die datum te maken, waarbij (re-integratie)werkzaamheden die een werknemer op dat moment nog verricht, in mindering op de compensatie gebracht kunnen worden. Nu het Uwv dat wel heeft gedaan, is het beroep gegrond en voorziet de rechtbank zelf door de transitievergoeding vast te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl