CRvB 28 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3597
Wettelijke rente. Schadevergoeding. In het geval een bestuursorgaan een onrechtmatig besluit vervangt door een nieuw besluit gaat de wettelijke rente in nadat de oorspronkelijke beslis- en betalingstermijn tezamen zijn verstreken. Appellant heeft terecht erop gewezen dat de rechtbank een fout heeft gemaakt door te rekenen met een beslistermijn van zes weken. Appellant heeft er verder terecht op gewezen dat de rechtbank van een onjuiste betalingstermijn is uitgegaan. Het bedrag aan wettelijke rente blijft ver onder het in artikel 4:98, tweede lid, van de Awb genoemde minimumbedrag van € 10,-. De aangevallen uitspraak, voor zover die betrekking heeft op toewijzing van wettelijke rente en, in verband met die toewijzing op vergoeding van griffierecht en proceskosten zal worden vernietigd. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en het verzoek van betrokkene om vergoeding van wettelijke rente af wijzen.
De uitspraak op rechtspraak.nl