Rb. Noord-Holland 21 november 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:12184
Eiser verhuurt de eerste verdieping van zijn woning via Airbnb. In geschil is of de tijdelijke-verhuurregeling (artikel 3.113 van de Wet IB 2001) van toepassing is. Volgens eiser is dat niet het geval, omdat de eerste verdieping van de woning zijns inziens kwalificeert als een zelfstandige woning die dient te worden aangemerkt als een box 3-bezitting. De rechtbank is van oordeel dat de eerste verdieping van de woning deel uitmaakt van de eigen woning van eiser, omdat alle drie de verdiepingen van de woning kadastraal tot dezelfde onroerende zaak behoren die eiser in 2018 in zijn geheel anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking stond. De conclusie van de rechtbank is dat de tijdelijke-verhuurregeling van toepassing is en de huurinkomsten terecht door verweerder zijn meegenomen in de aanslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl