Rb. Noord-Holland 14 september 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:10669
Het box 3 inkomen van eiser bestaat onder andere uit altcoins (cryptovaluta). In geschil is of de box 3 heffing te hoog is. Ter zake van de altcoins is de rechtbank van oordeel dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat het werkelijk door eiser in 2018 geen positief rendement maar integendeel een significant negatief rendement op zijn cryptovaluta heeft gemaakt. Door desalniettemin te rekenen met een rendement van 5,38% staat de belastingheffing zover af van een redelijke benadering van het werkelijk rendement dat de rechtbank van oordeel is dat, ook met inachtneming van de wet rechtsherstel box 3, de belastingheffing box 3 de proportionaliteitstoets van artikel 1 van het EP, in samenhang met artikel 14 van het EVRM niet kan doorstaan en in zoverre buiten toepassing dient te blijven. Dat bij toepassing van het door de wetgever geboden rechtsherstel het te belasten rendement zelfs hoger is dan volgt uit de Wet IB 2001, terwijl het daadwerkelijk rendement in dit geval sterk negatief is, maakt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat de Wet rechtsherstel box 3 voor altcoins geen rechtsherstel biedt als door de Hoge Raad in het kerstarrest bedoeld. De rechtbank zal het rendement op de cryptovaluta nu sprake is van een negatief rendement op nihil bepalen.
De uitspraak op rechtspraak.nl