Rb. Noord-Holland 30 september 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:9062
De rechtbank heeft op 30 september 2022 einduitspraak gedaan in een langlopend geschil tussen de belastingdienst en een internationaal opererende verwerker van agrarische grondstoffen. Het geschil gaat over de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2009/2010. Eiseres heeft een winst aangegeven van bijna 35 miljoen euro, inclusief bijna 2 miljoen euro overdrachtswinst. Verweerder heeft dat gecorrigeerd naar ruim 350 miljoen euro, inclusief 320 miljoen euro overdrachtswinst. Het geschil spitst zich toe op de vraag of in het kader van een herstructurering in 2009 alleen activa en passiva of ook ondernemingen zijn overgedragen. In de tussenuitspraken van 30 september 2019 en 22 april 2020 heeft de rechtbank in laatstgenoemde zin beslist. Vervolgens zijn partijen in de gelegenheid gesteld in onderling overleg tot een oplossing van het geschil te komen. Omdat dit niet is gelukt heeft de rechtbank een deskundige benoemt om de minimale waarde te bepalen van hetgeen is overgedragen, uitgaande van verrekenprijzen die als at arm’s length kunnen worden beschouwd. In de uitspraak van 30 september 2022 volgt de rechtbank het oordeel van de deskundige. Dit betekent dat de overdrachtswinst wordt vastgesteld op ruim 84 miljoen euro en dat de belastbare winst en het belastbaar bedrag over 2009/2010 uitkomen op ruim 117 miljoen euro.
De uitspraak op rechtspraak.nl