Rb. Noord-Holland 29 augustus 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:8145
Verweerder heeft de zorgtoeslag 2019 definitief vastgesteld op € 0, waardoor een bedrag van € 205 is teruggevorderd van eiser. Daarnaast heeft verweerder de zorgtoeslag voor het jaar 2020 herzien naar € 0, waardoor een bedrag van € 1.757 is teruggevorderd van eiser. Eiser stelt zich op het standpunt dat de besluiten niet rechtsgeldig (tot stand) zijn (gekomen). Daartoe voert hij met name aan dat een rechtshandeling bestaande uit een op rechtsgevolg gerichte wil ontbreekt, omdat de besluiten geautomatiseerd tot stand zijn gekomen en niet zijn ondertekend. De rechtbank overweegt dat in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is bepaald dat onder een besluit wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Uit die definitie volgt niet dat het voor een rechtsgeldig besluit een constitutief vereiste is dat het is voorzien van de naam en de handtekening van (een beslissingsbevoegde medewerker van) het bestuursorgaan. De omstandigheid dat een rechtshandeling, in de zin van artikel 33 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, een op een rechtsgevolg gerichte wil vergt die zich door een wilsverklaring heeft geopenbaard, brengt verder niet mee dat elke rechtshandeling een afzonderlijke menselijke tussenkomst (‘druk op de knop’) vergt. De grieven van eiser leiden ook overigens niet tot een gegrond beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl