CRvB 28 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:177
De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat het besluit van 11 juli 2013 bevoegdelijk is genomen en rechtsgevolgen tot stand heeft gebracht. Met betrekking tot de toetsing aan artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 11 maart 2016 en 3 februari 2017. De Raad ziet geen grond om in dit geding tot een andere beoordeling te komen dan de beoordeling in die uitspraken. Wat appellante heeft aangevoerd met betrekking tot het algemene gedeelte van de toetsing aan artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, werpt geen nieuw licht op de zaak. In dit geval heeft de Svb voorafgaande aan het bestreden besluit toereikend individueel feitenonderzoek verricht. Appellante heeft gesteld dat het toetsingsverbod dat is opgenomen in artikel 120 van de Grondwet de Nederlandse rechter beknot en daarom niet verenigbaar is met het bepaalde in artikel 6 van het EVRM omtrent het recht op een eerlijke behandeling van de zaak door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. De Raad onderschrijft die stelling niet. Het hoger beroep van appellante sslaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl