Rb. Noord-Holland 11 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:1114

IPR: erkenning, gezag en omgang. Man en vrouw hebben de Turkse nationaliteit. Op de bevoegdheid van de man tot erkenning en op de toestemming van de vrouw is op grond van 10:95 BW Turks recht van toepassing. Naar Turks recht is de erkenning tot stand gekomen, toestemming van de vrouw is niet vereist. De vrouw verzoekt de erkenning te vernietigen dan wel te niet te doen. Op grond van 10:96 BW is Turks recht van toepassing, dat vereist dat de vrouw bewijst dat de man niet de vader is. Vrouw erkent biologische vaderschap, afwijzing verzoek. Teniet doen erkenning ivm belang kind heeft geen grondslag in de Turkse wet. Gelet op toepassing Turkse recht geen rol voor de bijzondere curator. Man verzoekt gezamenlijk gezag. Verzoek is prematuur en wordt afgewezen. Verzoek omgang aangehouden in afwachting rapport van de Raad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen