Rb. Noord-Holland 15 november 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:10716
In de Wet tegemoetkoming loondomein (tekst 2019; Wtl) ontbreekt een specifieke regeling voor de bepaling van het recht op het lage-inkomensvoordeel (LIV) en Jeugd-LIV in de - niet zeldzaam te noemen - gevallen waarin een onderneming met één of meer werknemers in de loop van het kalenderjaar wordt overgedragen van de ene werkgever naar de andere. De rechtbank is in de uitspraak nagegaan hoe de voor dit geschil relevante bepalingen uit de Wtl in zodanige gevallen dienen te worden uitgelegd en toegepast. De conclusie is dat verweerder het recht van eiseres op LIV in 2019 onjuist heeft vastgesteld. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl