Rb. Noord-Holland 28 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6124
Vervolg op ECLI:NL:RBNHO:2021:897. SRLEV heeft voldaan aan het tussenvonnis en onderbouwd dat de voorbeeldkapitalen in de offerte gehaald kunnen worden bij een maandelijks gelijkblijvend rendement (dus zonder koersschommelingen). De overgelegde berekeningen zijn voor de rechtbank controleerbaar en begrijpelijk. Zonder enige vertaalslag door de advocaat wordt een relaas van eiser ‘over de schutting gegooid’. Dat is eiser niet te verwijten, maar wel zijn advocaat. De rechtbank gaat daarom verder aan de akte na tussenvonnis voorbij. Rechtbank beoordeelt vervolgens de vraag of SRLEV eiser als gemiddelde consument op het verkeerde been heeft gezet door de voorbeeldkapitalen zo te vermelden. De in de offerte volgens de CRR gedane mededeling dat de voorbeeldkapitalen waren berekend met het uitgangspunt dat de rendementen “van jaar tot jaar” gelijk zouden blijven, zal een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument niet op de gedachte hebben gebracht dat daarmee niet een gemiddelde werd bedoeld, maar een constant gelijk rendement (dat zich in de praktijk natuurlijk nooit voordoet). SRLEV heeft hieraan naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte in de voorlichting naar Holwerda geen aandacht besteed. SRLEV had moeten begrijpen op welke wijze een gemiddelde consument de gegeven voorbeeldkapitalen zou interpreteren. SRLEV had duidelijk moeten aangeven dat in de vermelde gemiddelde historische rendementen wel rekening was gehouden met koersontwikkelingen in de afgelopen 15 jaar, maar dat dat niet gold voor de vermelde voorbeeldkapitalen. SRLEV was zich ervan bewust dat ook bij een gemiddeld rendement over 30 jaar de voorbeeldkapitalen door de invloed van koersschommelingen nooit gehaald zouden worden, maar SRLEV heeft dat ten onrechte niet aan de consument laten weten. SRLEV had moeten wijzen op het effect van koersschommelingen, de volatiliteit. Dat zou het afsluiten van een dergelijke beleggingsverzekering mogelijk minder aantrekkelijk maken voor consumenten, maar wel eerlijker zijn. De rechtbank realiseert zich dat dit een verplichting is die niet uit de CRR en RIAV volgde, maar is van oordeel dat het desondanks een verplichting van SRLEV was. SRLEV kan zich niet achter de CRR verschuilen om deze verplichting te ontlopen. De enkele mededeling van een voorbeeldpercentage, gekoppeld aan een eindkapitaal, was daarom onvolledig. En niet alleen onvolledig, maar ook misleidend, omdat een gemiddelde consument zijn beslissing om de beleggingsverzekering af te sluiten hier mede op zal hebben gebaseerd. Door de consument in het kader van de voorbeeldkapitalen niet te wijzen op het effect van koersschommelingen, heeft SRLEV daarnaast haar jegens Holwerda in acht te nemen (precontractuele) zorgplicht geschonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl