Rb. Noord-Holland 15 december 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:11699
Beroepsmatige rechtsbijstandsverlening. De rechtbank is van oordeel dat de gemachtigde niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij thans, maar ook de laatste paar jaren, met het verlenen van rechtsbijstand inkomen vergaart. Daarom kan niet worden vastgesteld dat het verschaffen van rechtsbijstand door de gemachtigde een vast onderdeel is van een duurzame, op het vergaren van inkomen gerichte taakuitoefening. Diens werkzaamheden kunnen dan ook niet worden aangemerkt als door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2571
- ABRvS 1 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1531
- ABRvS 18 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3161
- ABRvS 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1105
- ABRvS 5 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3581
- ABRvS 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2264
- ABRvS 9 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1463