Rb. Noord-Holland 9 november 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:9159
ongegrond, prematuur bezwaar, kinderopvangtoeslag, art. 1.3, tweede lid, aanhef en onderdeel b van de Wkkp. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het recht van eiseres op kinderopvangtoeslag over het jaar 2017 op juiste wijze heeft berekend en verweerder terecht het teveel ontvangen bedrag aan kinderopvangtoeslag 2017 van eiseres heeft teruggevorderd. Het standpunt van eiseres dat zij recht heeft op kinderopvangtoeslag voor de periode van 1 februari 2017 tot en met 31 november 2017, omdat eiseres voldoet aan alle voorwaarden en niet gesproken kan worden van een situatie, waarbij eiseres fraude pleegt, volgt de rechtbank niet. Op grond van artikel 1.3, tweede lid, aanhef en onderdeel b van de Wkkp heeft eiseres recht op kinderopvangtoeslag vanaf 1 oktober 2017 nu de aanvraag op 4 januari 2018 is ontvangen door verweerder. Niet vereist is dat sprake moet zijn van fraude om enkel de termijn van drie maanden in acht te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl