Rb. Noord-Holland 14 september 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:7583
Eiseres kent aandelenplannen ten behoeve van haar directieleden en van de met haar verbonden vennootschappen. Eiseres heeft in de aandelenplannen de aandelen aangewezen als eindheffingsbestanddeel in de zin van de werkkostenregeling. Vanwege de overschrijding van de zogenoemde vrije ruimte heeft eiseres in verband met de toegekende aandelen bedragen als eindheffing aangegeven. In geschil is of op basis van een aandelenplan om niet verstrekte aandelen door eiseres als eindheffingsbestanddeel in de zin van artikel 31, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet op de loonbelasting 1964 kunnen worden aangewezen. Verweerder kan niet bewijzen dat de verstrekkingen van de aandelen al of niet “in belangrijke mate hoger zijn dan in voor het overige overeenkomstige omstandigheden gebruikelijk is”. Niet is komen vast te staan dat eiseres de door haar verrichte verstrekkingen niet mocht aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. De naheffingsaanslagen loonheffingen worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl