Rb. Noord-Holland 14 februari 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ7907

Terugvordering van € 76.138,00 inzake de Wet participatiebudget (Wpb). Uit het wettelijk stelsel van toekenning en verantwoording van een uitkering ten behoeve van de kosten van participatievoorzieningen volgt, dat indien uit de aangeleverde verantwoordingsinformatie blijkt dat ten aanzien van een besteding sprake is van financiële onzekerheid, dit tot gevolg heeft dat die besteding niet althans niet met zekerheid kan worden verantwoord, zodat sprake is van een onrechtmatige besteding als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wpb. Verweerder was gelet op het dwingendrechtelijk geformuleerde artikel 4, tweede lid, van de Wpb gehouden over te gaan tot terugvordering ter hoogte van het onrechtmatig bestede deel. Hoorplicht geschonden. In beginsel is sprake van strijd met het bepaalde in artikel 7:2, eerste lid, van de Awb in een geval als het onderhavige waarin verweerder de hoorzitting niet heeft uitgesteld, terwijl de behandelend ambtenaar reeds voorafgaand aan het verkrijgen van de uitnodiging voor de hoorzitting heeft meegedeeld op het geplande tijdstip verhinderd te zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen