Rb. Noord-Holland 21 juni 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:10409
Promis. Vijf maanden gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot oplichting (feit 1) en opzettelijk voorhanden hebben van een vals geschrift (feit 3). Verdachte heeft onder valse voorwendselen de Duitse staat bewogen tot het verstrekken van een visum en is met behulp van dit visum Nederland ingereisd. In Nederland heeft zij geprobeerd een verblijfsvergunning te krijgen door aan de IND een door haar en haar mededaders verzonnen asielrelaas te vertellen. De rechtbank heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging voor het onder feit 2 ten laste gelegde (het bezit van een reisdocument waarvan zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het vals of vervalst was) nu er geen sprake is van een onherroepelijke afwijzing van de asielaanvraag (artikel 31 Vluchtelingenverdrag).
De uitspraak op rechtspraak.nl