Rb. Midden-Nederland 2 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:271

Trefwoorden: disciplinair strafontslag, plichtsverzuim, artikelen 76 en 77 van het Barp De rechtbank oordeelt dat de korpschef aan eiseres terecht de disciplinaire straf van ontslag heeft opgelegd wegens het gebruik van harddrugs tijdens haar aanstelling bij de politie. De rechtbank verklaart het beroep wel gegrond omdat de korpschef tijdens het onderzoek ten onrechte twee door eiseres aangedragen getuigen niet heeft gehoord, maar laat de rechtsgevolgen – het strafontslag – in stand. Ter zitting bij de rechtbank zijn de twee getuigen alsnog gehoord. De rechtbank oordeelt dat de korpschef terecht heeft geconcludeerd dat eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan de haar verweten gedraging, namelijk het gebruik van harddrugs tijdens haar aanstelling bij de politie. Verder oordeelt de rechtbank dat deze gedraging valt onder de definitie van plichtsverzuim, dat het plichtsverzuim aan eiseres kan worden toegerekend en dat de disciplinaire straf van strafontslag evenredig is aan het plichtsverzuim waaraan eiseres zich schuldig heeft gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken