Rb. Midden-Nederland 17 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1591
De minister heeft drie afzonderlijke bestuurlijke boetes en een waarschuwing opgelegd wegens overtredingen van de Wav, de Atw en de Wml. De rechtbank is van oordeel dat de minister eiseres terecht heeft aangemerkt als werkgever in de zin van de Wav, de Atw en de Wml. De rechtbank ziet wel aanleiding om de boete voor overtreding van de artt 2 en 15a van de Wav voor vreemdeling 2 en vreemdeling 3 te matigen, gelet op de hoogte van de aan vreemdeling 1 opgelegde boete. De rechtbank is verder van oordeel dat in dit geval de cumulaties van de boetes voor de Atw en de Wml niet evenredig is en daarom gematigd moeten worden. De rechtbank kent daarbij betekenis toe aan de hoge mate van samenhang tussen de te beschermen belangen van deze overtredingen, waarbij niet is voldaan aan de verplichting om toezicht op de arbeidsverhouding mogelijk te maken. Verder ziet de rechtbank aanleiding om de op grond van de Wav, Atw en Wml opgelegde boetes te matigen wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 18b Wml
- Artikel 18i Wml
- Artikel 5:41 Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 3 BPB
- Artikel 2 Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 15a Wet arbeid vreemdelingen
- Artikel 3:4 Arbeidstijdenwet
- Artikel 4:3 Arbeidstijdenwet
- Artikel 3 Bad-WML
- Artikel 4 Beleidsregel preventieve stillegging arbeidswetten
- Artikel 8 Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2018
- Artikel 6 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2320
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1973
- ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1609
- ABRvS 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1146
- ABRvS 17 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:318
- ABRvS 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3303
- ABRvS 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3362
- ABRvS 18 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:851