Rb. Midden-Nederland 22 mei 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4702
Gedaagde heeft in de periode van 2021 tot en met 2023 in aanvulling op het vaste bedrag aan servicekosten, kosten aan eisers in rekening gebracht. Eisers betwisten dat deze kosten aan hen in rekening kunnen worden gebracht op basis van de serviceovereenkomst. Zij vorderen de door haar betaalde bedragen terug. De rechtbank oordeelt dat de serviceovereenkomst alleen grondslag biedt voor de kosten die gedaagde in rekening heeft gebracht voor vernieuwing van het zwembad. Voor de overige ter discussie staande kostenposten bestaat geen rechtsgrond. Gedaagde moet de vergoedingen voor die posten terugbetalen.
De uitspraak op rechtspraak.nl