Art. 4
1. Indien de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, wordt de bevoegdheid in elke lidstaat geregeld door de wetgeving van die lidstaat, onverminderd de artikelen 22 en 23.
2. Tegen deze verweerder kan ieder, ongeacht zijn nationaliteit, die op het grondgebied van een lidstaat woonplaats heeft, aldaar op dezelfde voet als de eigen onderdanen van die staat een beroep doen op de bevoegdheidsregels die daar van kracht zijn, met name de regels van bijlage I.
Afdeling 2
Bijzondere bevoegdheid
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2269
- Rb. Den Haag 24 oktober 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:13639
- Rb. Den Haag 15 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8197
- Conclusie A-G Vlas 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:214
- Conclusie A-G Vlas 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:427
- Rb. Noord-Holland 12 januari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:146
- Rb. Noord-Holland 16 juli 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:6096
- Rb. Midden-Nederland 22 mei 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4702
- Rb. Haarlem 17 september 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BF5730
- Rb. Den Haag 8 oktober 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:13624
- Rb. Den Haag 21 november 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:17837
- Hof Amsterdam 14 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1033