Rb. Midden-Nederland 26 april 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:7815
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de aanranding/ontucht van zijn halfzusje, omdat er onvoldoende steunbewijs is voor de verklaring van aangeefster. De rechtbank acht wel bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van zijn vijftienjarige halfzusje. De rechtbank legt aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank legt daarnaast een 38v-maatregel aan de verdachte op. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk in haar vordering verklaard, omdat deze niet op de door de wet voorgeschreven wijze is ingediend. Hoewel het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel gezien de aard van het strafbare feit in de rede ligt, zal de rechtbank hiertoe niet overgaan, omdat zij een belemmering ziet bij de uitvoering van de schadevergoedingsmaatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl