Rb. Midden-Nederland 5 december 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:7379

Pluraliteitsvereiste: Een deel van de vordering van verzoekers is op grond van subrogatie (art. 7:962 BW) overgegaan op de verzekeraar. Hierdoor is sprake van meerdere schuldeisers. Het maakt daarbij niet uit dat de vordering van de verzekeraar voortvloeit uit dezelfde rechtsverhouding als die van verzoekers (vgl. HR 10 juni 1988, NJ 1988/845). Deze overeenkomst is niet aangegaan met het oog op het indienen van een faillissementsverzoek. De overgang van de vordering op de verzekeraar houdt evenmin verband met het faillissementsverzoek, maar is een rechtsgevolg van vergoeding van schade van verzoekers door de desbetreffende verzekeraar. Dat de pluraliteit van schuldeisers in dit geval een gevolg is van subrogatie, staat dus niet in de weg aan faillietverklaring (vgl. Hof Arnhem 3 oktober 1996, ECLI:NL:GHARN:1996:AB8535, waarin het hof als steunvordering aanneemt de vordering van een borg die een gevolg is van subrogatie).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken