Rb. Midden-Nederland 15 december 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6782

Kort geding. Ondernemer wil op termijn in aanmerking komen voor de exploitatie van een tankstation op perceel gemeente. Dat perceel is verhuurd tot 2028. Gemeente heeft echter inmiddels met de zittende huurder afgesproken dat deze in plaats van zijn huurrecht een zeer langdurig recht van erfpacht krijgt. Deze overeenkomst is tot stand gekomen zonder toepassing van Didam-criteria. De ondernemer heeft geen kans gekregen om mee te dingen naar het perceel en verlangt een rechterlijk bevel aan de gemeente de erfpacht overeenkomst op te zeggen dan wel niet verder uit te voeren. Rechter oordeelt dat de mogelijke nietigheid van de erfpachtovereenkomst tot gevolg zal hebben dat de erfpachter op grond van zijn oorspronkelijk huurrecht in ieder geval tot 2028 het perceel kan gebruiken. De ondernemer bereikt dus niets met de gevraagde voorzieningen en heeft voldoende tijd om in een bodemprocedure het oordeel van de rechter te vragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken