Rb. Midden-Nederland 28 november 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6301
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde medeplegen van oplichting. Op basis van het dossier constateert de rechtbank weliswaar dat sprake is van oplichting van het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels, waarbij de kern is dat aan het slachtoffer de leugen is voorgehouden dat een meisje een relatie met hem wilde en dat zij met hem wilde trouwen. Ook kan volgens de rechtbank worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van deze leugen. De rechtbank ziet echter onvoldoende actieve betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feitelijkheden om van medeplegen te kunnen spreken. Wel veroordeelt de rechtbank verdachte, dit ten tijde van de feiten nog minderjarig was, tot een jeugddetentie van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 100 uren voor het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde medeplegen van dwingen van een kwetsbare, oudere man, het slachtoffer om geldbedragen van in totaal € 581.530,43 af te geven. Bij de toegepaste dwangmiddelen heeft de psychische druk die op het slachtoffer werd uitgeoefend steeds een belangrijke rol gespeeld. Deze psychische druk werd vaak uitgeoefend door de mededeling dat het slachtoffer het meisje niet meer zou zien als hij niet zou betalen. Maar ook op andere wijze, zoals door middel van bedreigingen, werd hij psychisch onder druk gezet, wat ertoe leidde dat hij werd gedwongen geldbedragen af te geven, terwijl hij dat eigenlijk niet wilde. Van het onder feit 2 primair ten laste gelegde medeplegen van afpersing van het slachtoffer spreekt de rechtbank verdachte eveneens vrij. De rechtbank is van oordeel dat het voor afpersing vereiste causaal verband tussen het ten laste gelegde geweld dan wel de bedreiging met geweld en de afgifte niet kan worden vastgesteld omdat aannemelijk is dat er (ook) een ander motief is dat het slachtoffer ertoe heeft bewogen de geldbedragen af te geven.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 36f Sr
- Artikel 38v Sr
- Artikel 38z Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 77a Sr
- Artikel 77g Sr
- Artikel 77i Sr
- Artikel 77m Sr
- Artikel 77n Sr
- Artikel 77we Sr
- Artikel 77x Sr
- Artikel 77y Sr
- Artikel 77z Sr
- Artikel 77aa Sr
- Artikel 77gg Sr
- Artikel 284 Sr
- Artikel 317 Sr
- Artikel 326 Sr
- Artikel 342 Sv
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht