Rb. Midden-Nederland 10 november 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4517
Wav-boete, 6 EVRM, gehoorbijstand, matiging boete. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval de arbeidsinspecteurs eiser voorafgaand aan het verhoor op gehoorbijstand hadden moeten wijzen. Op het moment van het verhoor, dat aan het einde van het onderzoek plaatsvond, was er namelijk sprake van een handeling waaraan eiser de verwachting kon ontlenen dat aan hem een boete zou worden opgelegd. De verklaring die eiser tijdens dat verhoor heeft afgelegd, kan echter wel worden meegenomen omdat eiser daardoor niet in zijn belangen wordt geschaad. Uit het boeterapport volgt dat eiser aangemerkt kan worden als werkgever. Verweerder heeft daarom een boete kunnen opleggen. De boete wordt gematigd met 25% gelet op de verwijtbaarheid, met toepassing van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli 2022. Ook is er reden om de boete te matigen gelet op cumulatie van de 36 overtredingen en de lange duur van de procedure. De rechtbank matigt de boete tot € 91.800,-. Verder is het beroep tegen de betalingsregeling – gelet op de boetematiging – gegrond, mag verweerder de inspectiegegevens openbaar maken en blijft de waarschuwing preventieve stillegging in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2057
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1973
- ABRvS 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:873
- Rb. Midden-Nederland 30 november 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:5819
- CBb 27 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:794
- ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2929
- ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2931
- ABRvS 10 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2364
- CRvB 5 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:941
- HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368
- ABRvS 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:476
- HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3608
- ABRvS 7 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM0226
- ABRvS 9 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ7217
- ABRvS 11 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9313