Rb. Midden-Nederland 11 april 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2021
Wob, DNB Samenvatting: Eiseres heeft verzocht om openbaarmaking van documenten over de (voor)selectie, aanstelling van en operationele uitvoering door de advieskantoren KPMG, EY, Zanders en BlackRock Solutions, die DNB heeft ingeschakeld voor de Asset Quality Review (AQR). DNB stelt zich op het standpunt dat het verzoek van eiseres ziet op informatie die betrekking heeft op werkzaamheden van DNB die voortvloeien uit, dan wel verband houden met haar taken en bevoegdheden ingevolge artikel 4, eerste lid, onder a, van de Bankwet 1998 en de Wft. Daarvoor is DNB uitgezonderd van de Wob. De rechtbank volgt DNB hierin. Op 3 november 2013 is de Single Supervisory Mechanism (SSM) in werking getreden. Op 4 november 2014 is (een deel van) de toezichthoudende taken van DNB overgegaan op de ECB. In het tussenliggende jaar heeft DNB de AQR uitgevoerd. De rechtbank stelt dan ook allereerst vast dat de AQR door DNB is uitgevoerd in de periode dat zij al haar toezichthoudende taken nog had. Het uitvoeren van de AQR kan naar het oordeel van de rechtbank verder gekwalificeerd worden als het uitoefenen van toezicht op financiële instellingen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van de Bankwet 1998, ook al is de grondslag voor het uitvoeren voor de AQR gelegen in artikel 33 van de SSM. De werkzaamheden die DNB heeft uitgevoerd in het kader van de AQR houden immers ook dan nog steeds verband met, dan wel vloeien voort uit haar toezichthoudende taken. De rechtbank volgt eiseres dus niet in haar stelling dat DNB een overige taak uitoefende als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Bankwet 1998. Verder is het niet zo dat alleen toezichtvertrouwelijke informatie onder de uitzondering van het Besluit bestuursorganen WNo en Wob valt. DNB heeft dus terecht geconcludeerd dat zij is uitgezonderd van de Wob voor dit verzoek. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl