Rb. Midden-Nederland 20 december 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:6216
Wob, Uniform Herstelkader Rentederivaten Eiseres heeft bij de Autoriteit Financiële Markten verzocht om openbaarmaking van documenten met betrekking tot de totstandkoming van het Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB en rapportages en correspondentie hierover. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde informatie betrekking heeft op werkzaamheden die voortvloeien uit dan wel verband houden met haar taken en bevoegdheden ingevolge de Wet op het financieel toezicht en dat zij daarvoor is uitgezonderd van de Wob (artikel 1 van het Besluit bestuursorganen WNo en Wob). De rechtbank volgt dit standpunt van verweerder. De rechtbank stelt vast dat de taakomschrijving van verweerder ruim is en niet is beperkt tot het toezicht op beleggingsdiensten, zoals eiseres lijkt te stellen. Op welke wijze verweerder concreet invulling geeft aan deze taak is niet nader bepaald. Verweerder draagt onafhankelijk de verantwoordelijkheid voor de concrete uitoefening van het toezicht. Van belang om daarbij op te merken is dat onder het uitoefenen van toezicht, ook valt het afdwingen van de naleving van de wettelijke verplichtingen waarop de toezichthouder toeziet. Er staan verweerder voor de concrete uitoefening van het toezicht verschillende wettelijke instrumenten ten dienste, zoals bijvoorbeeld het opleggen van een bestuurlijke boete. Er is echter geen reden om alle activiteiten waarvoor geen expliciete wettelijke grondslag bestaat, als buiten de taakomschrijving vallend en niet toegestaan te bestempelen. Zo kan verweerder ter uitoefening van haar taak wel degelijk ook bijvoorbeeld overleg voeren, advies uitbrengen én meedenken over de totstandkoming en inhoud van wet- en regelgeving of andere instrumenten ter bevordering van de stabiliteit van het financiële stelsel of zorgvuldige behandeling van cliënten. Het Uniform Herstelkader beoogt compensatie te bieden aan gedupeerden, zoals eiseres ook stelt. Niet valt in te zien dat het adviseren en meedenken van verweerder bij de totstandkoming van het Uniform Herstelkader niet voort zou vloeien uit haar taak om (alsnog) een zorgvuldige behandeling van cliënten af te dwingen of de bevordering van de stabiliteit van het financiële stelsel. Of verweerder daarin is geslaagd ligt niet ter beoordeling voor in deze zaak. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl