Rb. Midden-Nederland 7 oktober 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4307

Eiseres is doorverwezen door haar tandarts naar de kaakchirurg verbonden aan het [gedaagde sub 1] voor het treken van haar verstandskies. Nadat eiseres ter voorbereiding op de verdere behandeling door de assistent van de kaakchirurg was verdoofd, heeft de kaakchirurg zich met een uitgestoken hand willen voorstellen aan eiseres. Eiseres heeft de hand van de kaakchirurg geweigerd vanwege haar (moslim)geloofsovertuiging. De kaakchirurg heeft vervolgens de behandeling afgebroken. Eiseres spreekt het ziekenhuis en de kaakchirurg aan, omdat de kaakchirurg toerekenbaar tekort is geschoten door de behandeling af te breken en omdat de kaakchirurg in strijd met artikel 7 van de Algemene Wet Gelijke behandeling door (in)direct onderscheid te maken op basis van haar geloofsovertuiging. Eiseres vordert een verklaring voor recht alsmede schadevergoeding op grond van artikel 6:106 lid 1 onder b BW. De kantonrechter oordeelt dat de kaakchirurg toerekenbaar tekort is geschoten door in strijd met artikel 7:940 BW de behandeling af te breken. De vraag die verder voorligt is of het niet geven van een hand door eiseres aan de kaakchirurg een gedraging is die wordt beschermd door de AWGB. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Hoewel onduidelijk is waarop het verbod van handenschudden op religieuze gronden precies is gestoeld, en in het algemeen niet kan worden gesteld dat dit door de (gehele) moslimgemeenschap als regel wordt gehanteerd, is in het recht aanvaard dat het niet schudden van een uitgestoken hand een uiting is van het hebben van een moslim geloofsovertuiging die ook al als die slechts door een deel van een bepaalde geloofsgemeenschap wordt gehuldigd, voor de bescherming die de AWGB biedt in aanmerking komt. Dat de kaakchirurg jegens eiseres onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt door verdere behandeling te weigeren, wordt eveneens bevestigend beantwoord. Omdat de kaakchirurg de verdere behandeling heeft geweigerd nádat eiseres hem uitleg had gegeven over de reden waarom zij de haar toegestoken hand niet schudde, kan het afbreken van de medische behandeling toch moeilijk anders worden gezien dan het door de kaakchirurg maken van onderscheid naar godsdienst De (wellicht begrijpelijke) beleving of intentie van de kaakchirurg dat een en ander enkel afbreuk heeft gedaan aan de vertrouwensrelatie, maakt dat niet anders. De gevorderde schade wordt evenwel afgewezen. Wil van aantasting in de persoon sprake zijn dan is de enkele normschending, die op zich zelf vaststaat, onvoldoende; de gevolgen daarvan moeten voldoende ernstig zijn. Omtrent de persoonlijke gevolgen voor eisers van voormelde normschending is echter niets komen vast te staan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen