Rb. Midden-Nederland 30 juni 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2522

Saneringssubsidie mocht gedeeltelijke worden geweigerd. Trefwoorden: Woningwet, subsidie, procesbelang, overgangsrecht, vertrouwensbeginsel, saneringssubsidie, evenredigheid, belangenafweging, DAEB, volkshuisvestelijk belang Samenvatting Eiseres heeft verzocht om een saneringssubsidie ter hoogte van maximaal € 701,4 miljoen voor de uitvoering van een saneringsplan. Verweerder heeft haar daarvoor een saneringssubsidie toegekend van 55% van het gevraagde bedrag, de rest moet worden betaald door derden die ook belang hebben bij de sanering van eiseres. Eiseres heeft procesbelang bij het beroep, omdat zij stelt dat zij door het besluit van verweerder het geplande saneringsplan op een andere wijze heeft moeten uitvoeren en daardoor schade heeft geleden. De rechtbank vindt dit niet onaannemelijk. Eiseres betoogt dat zij er gelet op een eerder saneringsbesluit uit 2013 op mocht vertrouwen dat haar aanvraag werd beoordeeld aan de hand van de oude Woningwet. De rechtbank volgt eiseres niet in dit standpunt. Op de aanvraag is de wet van toepassing die op het moment van de aanvraag en de besluitvorming van toepassing was. Het overgangsrecht ziet niet op de situatie van eiseres. Eiseres stelt verder dat verweerder in het verleden harde toezeggingen heeft gedaan dat de kosten voor de totale sanering, die uit meerdere fasen bestaat, geheel door hem zou worden betaald. De rechtbank ziet echter geen concrete ondubbelzinnige toezeggingen in het eerdere saneringsbesluit noch in overleggen die toen hebben plaatsgevonden. Met het besluit uit 2013 is de toen voorliggende aanvraag om subsidie geheel afgerond. Eiseres kan gelet op dat besluit geen aanspraak maken op een hoger bedrag dan toen aan haar is toegekend. Dit betoog slaagt dus niet. Verweerder is op grond van artikel 57, eerste lid, onder a, van de Woningwet verder bevoegd om een saneringssubsidie toe te kennen. Daarbij geldt niet zoals eiseres stelt een “alles of niets-scenario”. Verweerder mag ook gedeeltelijk subsisie verlenen. De wet- en regelgeving staat daarin - anders dan eiseres betoogt - niet in de weg. Verweerder heeft bij zijn besluitvorming mogen betrekken dat de volkshuisvestelijke activiteiten van eiseres beperkt zijn en daarom naar evenredigheid 55% van het gevraagde bedrag aan subsidie aan haar mogen verlenen. Het is tot slot aan verweerder om de volkshuisvestelijke belangen te wegen. Dat eiseres een andere oplossing voorstaat, waarbij voor haar andere belangen centraal staan, maakt de afweging die verweerder heeft gemaakt niet onredelijk en leidt er ook niet toe dat verweerder de door hem gemaakte afweging opnieuw zou moeten motiveren. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken