Rb. Midden-Nederland 29 mei 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:2028

AVG, uitoefening rechterlijk taak, prejudiciële vragen Eisers hebben een verzoek om handhaving ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Zij hebben verzocht om handhavend optreden jegens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het inzagebeleid voor journalisten van de Afdeling is volgens eisers in strijd met de AVG. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft zich op het standpunt gesteld dat hij op grond van artikel 55, derde lid, van de AVG niet bevoegd is toe te zien op de verwerking van persoonsgegevens door gerechten bij de uitoefening van hun rechterlijke taken. Daarvan is hier sprake volgens de Autoriteit Persoonsgegevens. Omdat dit gaat over de uitleg van het Unierechtelijk begrip “rechterlijke taak” en het oordeel over de verenigbaarheid van de nationale invulling van dit begrip is voorbehouden aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, legt de rechtbank de volgende prejudiciële vragen voor aan het Hof. 1. Moet artikel 55, derde lid, van de AVG zo worden uitgelegd dat onder ‘verwerkingen door gerechten bij de uitoefening van hun rechterlijke taken’ kan worden begrepen het bieden van inzage door een rechterlijke instantie in processtukken waarin persoonsgegevens zijn opgenomen, waarbij die inzage wordt verleend door kopieën van die processtukken aan een journalist ter beschikking te stellen, zoals in deze verwijzingsuitspraak beschreven? 1a. Is het voor de beantwoording van deze vraag van belang of door het uitoefenen van toezicht door de nationale toezichthoudende autoriteit op deze vorm van gegevensverwerking de onafhankelijke rechterlijke oordeelsvorming in concrete zaken wordt geraakt? 1b. Is het voor de beantwoording van deze vraag van belang dat de aard en het doel van de gegevensverwerking volgens de rechterlijke instantie is het informeren van een journalist om deze daardoor in de gelegenheid te stellen om beter verslag te doen van de openbare zitting in een gerechtelijke procedure en waarmee wordt beoogd het belang van openbaarheid en transparantie van rechtspraak te dienen? 1c. Is het voor de beantwoording van deze vraag van belang of de gegevensverwerking op een expliciete nationaalrechtelijke grondslag berust?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken