Rb. Midden-Nederland 19 juli 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3337

Beëindiging ISD-maatregel na tussentijdse toets. In 2014 is een voorwaardelijke ISD opgelegd met een proeftijd van 3 jaar. Deze proeftijd kan niet worden verlengd, maar in 2016 is dat toch gebeurd (zie:ECLI:NL:RBMNE:2016:6217). Tijdens de verlenging van de proeftijd is in 2018 tenuitvoerlegging van de ISD gelast voor 2 jaar. De beslissingen uit 2016 en 2018 zijn onherroepelijk en hebben en behouden rechtskracht. De omstandigheid dat de proeftijd ten onrechte is verlengd en de tenuitvoerlegging is bevolen op grond van de overtreding van een bijzondere voorwaarde op een moment waarop, als de wet juist zou zijn toegepast, de veroordeelde niet langer aan die voorwaarde gebonden zou zijn, moet worden meegewogen bij de tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de (vrijheidsbenemende) maatregel. Tenuitvoerlegging van de maatregel zou in 2018 niet zijn bevolen als de rechtbank had onderkend dat de proeftijd niet verlengd had mogen zijn. Volgt beëindiging van de ISD-maatregel met ingang van de datum dat deze beslissing onherroepelijk wordt (38p lid 2 Sr, 38r Sr, 38s Sr en 509ee lid 6 Sv).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken